Ze bouwden er vooral veel meer dan we ons herinneren. Mercedes verkocht ongeveer 2,7 miljoen W123's. In Duitsland, het thuisland, hadden er in 2015 volgens het Kraftfahrt-Bundesamt 17.534 een H-kenteken, de Duitse oldtimerregistratie. Dat is iets meer dan een half procent. Er rijden meer W123's dan die 17.534, want niet elke eigenaar vraagt zo'n kenteken aan en veel auto's zijn het land uit gegaan. Toch is dit de auto die de uitspraak moet bewijzen. Wat we ervan zien, is de uitkomst van een selectie.

Een W123 als taxi in Gambia. Ook dit deel van de productie reed door, buiten het zicht van de Europese klassiekerdag.
Het probleem van Wald
Abraham Wald werkte tijdens de Tweede Wereldoorlog voor de Statistical Research Group aan Columbia University. Eén reeks van zijn memo's kwam later uit onder de titel A Method of Estimating Plane Vulnerability Based on Damage of Survivors. De versie die rondgaat, met generaals die pantser willen waar de kogelgaten zitten en een wiskundige die zegt dat het juist op de andere plekken moet, is waarschijnlijk mooier gemaakt dan ze was. Een column van de American Mathematical Society vond voor de beste stukken weinig bewijs. Het probleem zelf staat wel in die memo's. Je hebt alleen de schade van toestellen die terugkwamen. Wat zegt dat over de kans dat een treffer op een bepaald onderdeel fataal is?

Een B-17F van de 385th Bomb Group. Dit toestel keerde op 8 oktober 1943 niet terug van een aanval op Bremen.
Ons geheugen voor auto's werkt met dezelfde steekproef. De W123 op een klassiekerdag is een toestel dat terugkwam. Misschien stond hij droog, reed hij nooit in de pekel, had hij een eigenaar die elke beurt liet doen of is hij al eens opnieuw opgebouwd. De auto's die wegrotten bij de accubak, de binnenschermen en de krikpunten, de plekken die kopersgidsen tot vandaag noemen, zijn verdwenen zonder dat iemand er een foto van maakte. En dat gaat over de auto die mensen als voorbeeld van degelijkheid noemen. Over de gemiddelde auto uit dezelfde jaren vertelt niemand iets, omdat er niets meer van over is.
Daarom klopt de vergelijking die mensen maken niet. Op straat staat een W123 naast een auto van tien jaar oud. De W123 is wat er na veertig jaar schiften over is. De andere is een willekeurige auto, midden in zijn leven. Een eerlijke vergelijking is niet meer te maken, want de willekeurige auto uit 1980 is er niet meer.
Wat de cijfers over de gemiddelde auto zeggen
Voor het gemiddelde moet je kijken naar wat er van het hele wagenpark overbleef. Greene en Chen rekenden in 1981 uit dat Amerikaanse personenauto's in de periode 1966-1977 een mediane levensduur van 9,9 jaar hadden. De helft was dus binnen tien jaar weg. Voor 2020 komt een latere schatting uit op ongeveer 17 jaar. Dat zijn Amerikaanse cijfers, en ze meten kwaliteit niet zuiver. Of een auto gesloopt wordt, hangt ook af van wat een reparatie kost, wat een vervanger kost en wat er nog voor te krijgen is. Maar de richting is niet wat de uitspraak beweert. Een auto die zeven jaar langer meegaat, terwijl de uurlonen zijn gestegen en de techniek moeilijker is, is niet slechter gebouwd.
De Duitse ADAC laat iets vergelijkbaars zien over een kortere periode. In 2015 was de kans op een pechgeval bij een tien jaar oude auto 6,5 procent, in 2025 was dat 3,1 procent. De club noemt stevigere onderdelen en stabielere productie, en wijst erop dat de eigen pechdiensten van fabrikanten het beeld kunnen vertekenen. Een vergelijkbare reeks uit de jaren zeventig hebben we niet gevonden, dus de grootste stap is hier niet te laten zien.
De Volvo van Irv Gordon
Dan het beste tegenargument. Irv Gordon kocht op 30 juni 1966 een rode Volvo P1800S voor $4.150 en reed daar tot aan zijn dood in november 2018 ruim 3,2 miljoen mijl mee, meer dan 5 miljoen kilometer. In 2010 waren de carrosserie, het motorblok, de versnellingsbak en het differentieel nog origineel. Dit is geen herinnering maar een geregistreerd record, en dit ene geval lijkt de uitspraak te bewijzen.

De P1800S van Irv Gordon op de autoshow van Philadelphia in 2007, met het bordje over zijn record.
Kijk wat erin is gestopt. Gordon reed in het begin ongeveer 125 mijl per dag naar zijn werk en terug. Hij ververste zelf de olie en deed zelf de remmen. Vanaf 1979 had hij dezelfde monteur. Bij ongeveer 680.000 mijl liet hij de motor uit voorzorg reviseren, terwijl de dealer zei dat het niet nodig was. In 2009 gebeurde het nog een keer, toen wel voor versleten lagers en zuigerveren. Zijn advies was het fabrieksboekje volgen en versleten onderdelen meteen vervangen. Dat is een proef met één proefpersoon, en die zegt vooral iets over de proefpersoon.
Van de P1800 zijn er 47.492 gebouwd. De kilometerstanden van de andere 47.491 heeft niemand in een boek gezet. De eerste ongeveer 6.000 werden in Engeland gemonteerd door Jensen, tot het contract vroegtijdig stopte wegens kwaliteitsproblemen. De S in Gordons P1800S staat voor Sverige. Daar ging de productie in 1963 naartoe.
Wat er wel klopt
Er zit iets waars in de uitspraak, maar het is iets anders dan degelijkheid. Gordon deed zijn afstelbeurten naar eigen zeggen in minder dan vijf minuten. Een Mercedes uit 1980 of een Volvo uit 1966 is met gewoon gereedschap in leven te houden, zolang er iemand is die dat wil. Dat is repareerbaarheid. Degelijkheid is hoe lang een auto het zonder die aandacht volhoudt. De oude auto vroeg veel aandacht en liet die ook toe. De nieuwe vraagt veel minder en laat minder toe. Wie zegt dat ze vroeger beter bouwden, bedoelt vaak het eerste en denkt het tweede. De oldtimers die we vandaag zien, hebben allemaal zo iemand gehad.
De gemiddelde auto waarvoor de ADAC in 2025 uitrukte, was bijna 14 jaar oud. In de Amerikaanse cijfers over 1966-1977 was de helft van de personenauto's dan al ruim vier jaar verdwenen.
Beeld: Autofriedhof Kaufdorf door Ambroix (publiek domein); W123 Taxi, The Gambia (3518515282) door Jurgen from Netherlands (CC BY 2.0); 385th Bombardment Group B-17F Flying Fortress 42-30275 door United States Army Air Forces (publiek domein); Volvo P1800S The Guinness Book of World Records door Shuvaev (publiek domein). Afbeeldingen zijn verkleind.
