Op 18 mei 1999 nam eBay Kruse International over, een van de grootste veilinghuizen voor klassieke auto's ter wereld, gevestigd in Auburn, Indiana. Het betaalde met 1.574.624 eigen aandelen. De gedachte was logisch. eBay had het publiek en de software, Kruse had de auto's en de kennis. Samen zouden ze de klassiekerveiling naar internet brengen.
In oktober 2002 maakte eBay bekend dat het Kruse weer afstootte. eBay Motors groeide intussen hard, tot naar schatting $3 miljard aan verkopen dat jaar, maar die groei kwam vooral uit gewone occasions. Een woordvoerder zei dat eBay had onderschat hoeveel klanten moesten veranderen voordat ze dure kunst en verzamelobjecten online durfden te kopen.
In 2025 verkocht Bring a Trailer voor meer dan $1,7 miljard aan auto's in 49.486 online veilingen. De duurste was een Ferrari LaFerrari van $4.475.000. De koper die eBay in 2002 nog niet zag zitten, bestond dus wel.
Was het alleen de tijd?
De eerste verklaring is dat eBay te vroeg was. Tussen 2002 en 2025 liggen breedband, betere foto's, de smartphone en een generatie die alles online koopt. Dat is waar, en het verklaart waarom deze veilingen nu kunnen bestaan. Het verklaart niet waarom ze niet bij eBay zitten. eBay Motors had die jaren ook. Het verwerkte in 2005 $13 miljard aan auto's en onderdelen en in 2009 iets meer dan $14 miljard. In 2012 stopte het met het publiceren van die cijfers. Software had het en bezoekers ook.
Prijs verklaart het evenmin. Bring a Trailer rekende in 2023 de verkoper $99 en de koper 5 procent, tot maximaal $5.000, terwijl traditionele veilinghuizen aan beide kanten rond de 10 procent vroegen. Dat is goedkoop, maar eBay was goedkoper. In 2016 betaalde een verkoper daar maximaal $125, en alleen als de auto verkocht werd.
Informatie is het ook niet. De econoom Gregory Lewis analyseerde meer dan 40.000 advertenties op eBay Motors en publiceerde in 2011 dat wat een verkoper online liet zien de prijs sterk beïnvloedde: verkopers konden tonen wat ze hadden, en kopers betaalden ervoor. Die kant van het probleem had eBay opgelost.

Een Ferrari LaFerrari op Grand Basel in 2018. Een auto van dit type was in 2025 de duurste verkoop op Bring a Trailer.
Wat er op de blog stond
Bring a Trailer begon in 2007 als blog van Randy Nonnenberg en Gentry Underwood. Nonnenberg werkte overdag bij BMW in Noord-Amerika en zocht 's avonds naar bijzondere auto's in advertenties. Hij mailde ze eerst naar vrienden. Daarna zette hij er één per dag op een eenvoudige WordPress site. Er was geen verdienmodel.
Het belangrijkste detail zit in waar die auto's vandaan kwamen: vooral van eBay en Craigslist. Nonnenberg voegde geen auto toe, geen software en geen veilingmechanisme. Hij voegde toe dat iemand had gekeken en deze had gekozen. Lezers gingen dus naar een andere site om advertenties van eBay te bekijken. Beter bewijs dat de techniek niet het tekort was, is moeilijk te bedenken.
Dat maakt een verschil zichtbaar dat vaak wegvalt. Een advertentie vertelt iets over de auto die erin staat. Hij vertelt niet welke van de duizenden advertenties de moeite waard is. Het eerste is informatie, het tweede is een filter. eBay kon dat filter niet zijn, omdat een open marktplaats per ontwerp iedereen toelaat.
In de economie is dit de rol van de tussenpersoon als deskundige. Gary Biglaiser beschreef in 1993 waarom zulke tussenpersonen bestaan: wat zij aanbieden, is voorspelbaarder dan wat een willekeurige verkoper aanbiedt, en kwaliteit beoordelen loont pas als je het vaak doet. Een blogger die elke dag één auto kiest, zet elke dag zijn oordeel op tafel. Lezers kunnen na een jaar zien of hij het kan. Dat vertrouwen is langzaam op te bouwen en niet te koop.
Zeven jaar publiek vóór de eerste veiling
Elke nieuwe marktplaats heeft een kip-en-eiprobleem. Kopers komen als er aanbod is, aanbod komt als er kopers zijn. Bring a Trailer had dat probleem niet, omdat het aanbod al bestond en niets kostte: het stond op de sites van anderen. In 2014 begon de site zelf te veilen, met drie auto's per week. Toen had hij zeven jaar lang een publiek opgebouwd dat naar één oordeel kwam kijken.
De latere navolgers wijzen dezelfde kant op. Cars & Bids begon in 2020 met Doug DeMuro, die op YouTube al een groot publiek had. Bij de start van Collecting Cars in 2019 vroeg oprichter Edward Lovett de bekende autojournalist Chris Harris om mee te helpen. Wat ze meenamen, was vooral een naam die kopers al kenden. De software is het minst bijzondere onderdeel. Bring a Trailer begon op WordPress, en de veilingen kwamen er zeven jaar later bij.

Een te-koopbord op een onderdelenbeurs in Puyallup, Washington, in 2010. De naam van de site komt uit zulke advertenties: neem een aanhanger mee.
Eén voorbehoud. Dit bewijst niet dat kiezen de enige oorzaak was. De omzet sprong van $248 miljoen in 2019 naar $859 miljoen in 2021, midden in lockdowns en met lage rente. In juni 2020 kocht Hearst Autos de site. Er vielen veel dingen samen. Wij denken alleen dat Bring a Trailer zonder die zeven jaar die golf niet had kunnen opvangen, en dat eBay met dezelfde golf niet veel opschoot.
Wat er met een filter gebeurt als hij groeit
De stelling heeft een probleem, en dat zit in de cijfers van de winnaar. In 2014 drie veilingen per week, in 2019 45 per dag, in 2025 gemiddeld 951 per week, waarvan 81 procent verkocht werd. Howard Swig van Bring a Trailer vertelde in oktober 2026 in een podcast van The Drive dat hij en zeven anderen elke inzending bekijken. Dat zijn er ongeveer 300 per dag, en elke krijgt een groen, geel of rood licht. Zo'n 38 per persoon per dag. Het begon met één.
Swig zei ook dat het team zoekt naar manieren om ja te zeggen in plaats van nee. Dat is begrijpelijk. Een site die aan elke verkochte auto verdient, wordt niet rijker van nee. Wie te vaak weigert, heeft snel niets meer te veilen. Maar het is een andere taak dan die van 2007.
Nonnenberg begon met auto's die hij zijn vrienden wilde laten zien. Open de lijst met lopende veilingen en tel: hoeveel zou jij doorsturen?
Beeld: Foto door Mike Bird op Pexels; Ferrari LaFerrari at Grand Basel 2018 01 door Ank Kumar (CC BY-SA 4.0); For Sale (4366070075) door JOHN LLOYD from Concrete, Washington, United States (CC BY 2.0). Afbeeldingen zijn verkleind.
