Het gereedschap is een rol tape en een kleine luchtzaag. Akira Nakai, de man achter Rauh-Welt Begriff, houdt een glasvezelspatbord tegen een Porsche 993, plakt de snijlijn af en zaagt er uit de hand onderdoor, zonder mal. Motor1 keek in 2024 mee bij zo'n bouw. De plaatwerker van de eigenaar had er in 38 dagen 360 uur in gestoken en de auto was net opnieuw gespoten. Nakai rekent ongeveer twee dagen per auto.
Zo'n zaagsnede is de duidelijkste vorm van wat elke wijziging is: een weddenschap. De inzet is wat je betaalt plus wat de standaardauto waard was. De uitkomst hangt af van iemand die je niet kent: de volgende eigenaar en wat die over tien jaar mooi vindt.
De meeste weddenschappen verliezen
Paul Cowland schreef in mei 2025 bij Hagerty UK dat een goed gewijzigde klassieker volgens hem rond de helft kost van een standaard exemplaar. Dat is een schatting van één kenner en geen meting, maar kijk wat hij zegt. Het werk is niet gratis meegeleverd, het heeft de auto goedkoper gemaakt.
Die korting is geen vergissing. Een wijziging verkleint de groep kopers. Een standaard 964 past bij iedereen die een 964 wil. Een 964 met jouw wielen, jouw uitlaat en jouw interieurkleur past bij wie precies dat zoekt, en de rest ziet vooral wat hij eerst ongedaan moet maken. Wie goed gewijzigde auto's koopt, krijgt dus iemand anders zijn werk cadeau en een korting erbij. Cowland raadt ze om die reden aan.
De paar die een eigen markt werden
De uitzonderingen zijn groot. Bij Gooding op Amelia Island ging in maart 2025 een RUF CTR uit 1989 met ruim 1.000 mijl weg voor $6.055.000. Een maand later bracht een andere CTR bij Broad Arrow $4.680.000 op. In 2018 deed er een bij RM Sotheby's nog $1.022.500. Er zijn er 29 gebouwd.

Een RUF CTR uit 1989, het type dat Yellowbird wordt genoemd.
In dezelfde maand stond bij Gooding een Mercedes 300E die AMG eind jaren tachtig een V8 van zes liter gaf, een ombouw van bijna 100.000 mark. Hij bracht $753.000 op. Dat was ver onder de schatting van $1,25 tot $1,75 miljoen, en het is ver boven wat een gewone 300E opbrengt.
RWB hoort in dit rijtje, met grotere uitslagen. Een 964 met RWB-carrosserie deed in april 2019 op PCarMarket $115.000. Een andere, in 2022 in Kashiwa gebouwd en met handgeschakelde bak, deed in april 2023 $241.000. Ter vergelijking: een standaard 964 Carrera 2 met 111.000 mijl bracht bij Gooding in augustus 2022 $78.400 op. Reken die standaardauto als donor, tel er een kit vanaf $28.000 bij en je zit op ruim $106.000, zonder wielen en spuitwerk. Een grove som, want jaren en auto's lopen door elkaar. De auto van 2019 zat er ongeveer op en die van 2023 er ruim boven. Daar was het doorgezaagde plaatwerk meer waard dan het hele.
Maar in augustus 2025 ging een 993 Tiptronic uit Hong Kong, met elf eerdere eigenaren en de handtekening van Nakai op het dashboard, weg voor £68.205. Een RWB heeft dus geen vaste koers.
Wat hebben de winnaars gemeen? Een naam die niet die van de eigenaar is. Wie een CTR koopt, betaalt niet voor de smaak van de vorige eigenaar, maar voor die van Alois Ruf. Zijn bedrijf ging van het aanpassen van Porsches naar het bouwen van eigen auto's, dus een CTR is nauwelijks nog een wijziging. Wie een RWB koopt, koopt die van Nakai, die soms letterlijk zijn handtekening op het dashboard zet. Bij vrijwel alle andere wijzigingen staat alleen de naam van de eigenaar op het werk, en de volgende koper is hem niets verschuldigd.
Een naam is alleen geen garantie. De Gemballa Avalanche begon als 930 Turbo, kreeg mechanisch werk van RUF en kostte nieuw 390.000 mark, zonder inflatie omgerekend bijna €200.000. Er zijn er naar schatting 15 gebouwd. RM Sotheby's bood er in 2017 in Londen een aan met een schatting van €170.000 tot €210.000. Hij werd niet verkocht.

Een Gemballa Avalanche op basis van een Porsche 930.
De regel die beide uitkomsten overleeft
Niemand kon bij het ondertekenen van de bestelling weten welke van deze auto's het zou worden. In de financiële wereld is daar een kader voor. Avinash Dixit en Robert Pindyck schreven er in 1994 het standaardwerk over: wie onder onzekerheid een onomkeerbare beslissing neemt, geeft behalve geld ook de mogelijkheid op om later anders te besluiten, en die mogelijkheid heeft waarde. Ze heet een reële optie.
Een wijziging die terug kan, houdt die optie open. Zet lichtere wielen op de auto en leg de originele op zolder. Draait de smaak tegen je, dan gaan ze terug en ben je de kosten van de set kwijt. Draait hij mee, dan houd je ze eronder. Beide uitkomsten zijn te overleven. Wie zaagt, zet alles op één uitkomst. Dat geldt voor Nakai's klant net zo goed als voor de eigenaar die bij de plaatselijke specialist zijn wielkasten laat uitslaan. Dat de ene weddenschap won, maakt hem achteraf geen goed idee. De Avalanche was hetzelfde idee.
Terugdraaien is niet gratis. De originele wielen moeten twintig jaar ergens liggen en bij de auto blijven horen. Arbeid kost geld. En niet alles draai je met een moersleutel terug: wie remmen, stuur of aandrijving ingrijpend wijzigt, moet dat volgens de RDW laten testen, zo nodig in Lelystad tegen een uurtarief. Dan is er ook papierwerk om terug te draaien.
Plezier telt ook mee. Een uitlaat die tien jaar plezier geeft, mag geld kosten, zolang je het niet aanziet voor een belegging. Er is wel een test die niets kost, voor de zaag erin gaat of de uitlaat eraf. Zou je op deze auto bieden als iemand anders dit had gedaan?
Beeld: Red RWB 993 door Farrell Small (CC BY 2.0); RUF CTR Yellowbird door TTTNIS (publiek domein); Porsche 930 Gemballa Avalanche (7159199311) door Alexandre Prévot from Nancy, France (CC BY-SA 2.0). Afbeeldingen zijn verkleind.
