In januari 1993 stond er op de autoshow van Detroit een conceptauto van Porsche, een open tweezitter met de motor in het midden. Het bedrijf dat hem liet zien, verkocht dat jaar ongeveer 14.000 auto's, tegen 50.000 in 1986. In 1991 was het op weg naar een verlies van $150 miljoen, het slechtste jaar uit zijn geschiedenis.
In het boekjaar tot juli 1997 verkocht Porsche ruim 32.000 auto's en maakte het $50 miljoen winst op $2,2 miljard omzet. De productieversie van die conceptauto, de 986 Boxster, was toen net op de markt. Tot de Cayenne in 2003 was hij de best verkopende Porsche, en er zijn er 164.874 van gebouwd.

Een Porsche Boxster uit 1998 in Düsseldorf, met de 2,5-liter van 204 pk.
Auto Motor und Sport noemt hem het reddingsanker van Porsche. Hetzelfde blad gaf de prijs van een 204 pk Boxster in conditie 2, volgens Classic Analytics: ongeveer €19.300 in 2015 en €19.100 bij de update van augustus 2025. Tien jaar lang vlak, en met de inflatie erbij een daling. In Amerika stond de Classic.com-benchmark voor een Boxster uit 1998 in december 2025 op $13.547. Een 993 Carrera Cabriolet uit hetzelfde jaar ging op 30 augustus 2025 voor $73.000 weg. Dat is een verkochte auto tegen een benchmark en een cabriolet tegen een basismodel, dus de verhouding van ruim vijf keer is ruw.
Belangrijk is iets anders dan schaars
De econoom Fred Hirsch gaf hier in 1976 een naam aan. Een positional good is een goed dat zijn waarde ontleent aan de plek die het geeft, en die plek kun je niet met iedereen delen. Een verzamelauto is voor een groot deel zo'n goed. Wat hij betekent in de geschiedenis van zijn merk is iets anders: dat is een feit over het verleden, en 164.874 eigenaren kunnen dat allemaal tegelijk hebben. Bij de koop krijg je dat er gratis bij. Niemand hoeft ervoor te overbieden.
Dan de redding zelf. Volgens IndustryWeek ontwikkelde Porsche de Boxster in 37 maanden samen met de nieuwe 911, met dezelfde motor, dezelfde basis voor carrosseriedelen en onderstel, op een gemeenschappelijke lijn. De 996 kreeg dezelfde koplampen. De Boxster begon bij 76.500 mark, de 996 bij ongeveer 135.000. Toen de vraag de fabriek in Zuffenhausen te boven ging, liet Porsche een deel bij Valmet in Finland bouwen.
Elk punt op die lijst hielp het bedrijf overleven. Elk punt is ook precies wat een koper van verzamelauto's niet zoekt: delen gedeeld met een andere Porsche, een lage prijs, een hoog aantal, een deel van de productie uit Finland. Kopers negeren het verhaal van de Boxster dus niet. Dat verhaal is de reden voor de prijs.
De Boxster was ook niet de hele redding. Wendelin Wiedeking haalde Japanse consultants binnen onder leiding van Chihiro Nakao, en de bouwtijd van een 911 ging van 120 uur naar 60. Zonder die fabriek had de Boxster weinig opgeleverd.
De aantallen verklaren het niet helemaal
De eenvoudige uitleg is dat er te veel zijn. De 993 kwam tot 68.881 stuks, dus de Boxster is wereldwijd 2,4 keer zo talrijk. Maar een 993 is ook geen zeldzaamheid, en in Nederland is het verschil kleiner. In het RDW-register stonden op 3 november 2026 1.960 Boxsters met een eerste toelating tussen 1996 en 2004 en ongeveer 1.500 911's uit de jaren 1994 tot medio 1998. Het verschil in aantallen is hier 1,3 keer, het verschil in prijs ruim vijf keer.

Een 911 Carrera Cabriolet van de 993-generatie, bouwjaar 1996, op een beurs.
De rest is rangorde. Porsche zette de 911 zelf boven de Boxster, in prijs en in vermogen. Dat is sinds 1996 niet veranderd. Nieuw kostte een 996 minder dan twee keer een Boxster, en bij een 993 van nu is het ruim vijf keer, ook al is dat een andere 911. Binnen de Boxster-lijn helpt schaarste ook maar tot op zekere hoogte. De 550 Spyder uit 2004 is er 1.953 keer gebouwd. Hagerty UK gaf in 2021 £15.000 tot £20.000 voor een exemplaar met 50.000 mijl, tegen tot £15.000 voor een onberispelijke Boxster S. Een auto waarvan er 84 keer minder zijn, levert dus een paar duizend pond meer op.
Die vlakke lijn heeft ook een andere kant. Wie in 2015 een Boxster in conditie 2 kocht voor €19.300, kon er tien jaar mee rijden en hem voor €19.100 verkopen, als de cijfers van Classic Analytics kloppen en hij de conditie op peil hield. Dat kost onderhoud en belasting, maar bijna geen prijsverlies. Als belegging levert dat niets op, maar tien jaar rijden in een Porsche met de motor in het midden kost zo weinig.
Is hij dan ondergewaardeerd? Hagerty UK zette de 986 op de Bull Market-lijst voor 2022 en schreef dat verzamelaars zich op perfecte vroege auto's begonnen te richten. De reeks van Classic Analytics laat daar voor de gewone auto drie jaar later niets van zien, al zegt die één reeks niets over de beste exemplaren. Ondergewaardeerd veronderstelt een prijs waar hij naartoe zou moeten. Het verhaal levert die niet, want dat kent iedereen al dertig jaar.
Wat de prijs wel kan veranderen
Wat wel kan veranderen, is het aantal. Een goedkope auto verdwijnt sneller, omdat een reparatie al snel de waarde nadert. Hagerty UK noemde in 2021 £1.400 voor een verbeterd IMS-lager en £1.200 voor een nieuw dak. Stel dat een motor €12.000 kost op een auto van €15.000. Veel eigenaren doen dat niet, en dan gaat de auto uit elkaar voor onderdelen. Zo kan de lage prijs op den duur zelf de schaarste maken waar die prijs op wacht. Het tempo is in Nederland na te kijken. Van die 1.960 Boxsters hadden er op 3 november 2026 1.594 een geldige APK.
Beeld: Porsche Boxster (2003) (53050846379) door Charles from Port Chester, New York (CC BY 2.0); Porsche Boxster (1998) (52560758682) door Charles from Port Chester, New York (CC BY 2.0); Porsche 911 Carrera Cabriolet (993, 1996) (52573993772) door Charles from Port Chester, New York (CC BY 2.0). Afbeeldingen zijn verkleind.
