Op de factuur van een online autoveiling staat wie de commissie betaalt. Bij een auto van €40.000 en een tarief van 3 procent maakt de koper €1.200 over en de verkoper niets. Een econoom wil iets anders weten: wat had die koper geboden als die €1.200 er niet had gestaan?
Wie overmaakt en wie draagt
Belastingeconomen maken dit onderscheid al lang. De accijns op benzine maakt de oliemaatschappij over aan de fiscus, maar wie hem betaalt, staat bij de pomp. Het woord daarvoor is incidentie: bij wie een heffing terechtkomt, los van wie het geld overmaakt. Bij een veilingcommissie maakt de koper over, en een deel komt bij de verkoper terecht.
De redenering is kort. De winnaar van een veiling betaalt ongeveer wat de nummer twee nog wilde bieden. Stel dat de nummer twee alles bij elkaar maximaal €41.200 kwijt wil. Hij weet dat er 3 procent bij komt, dus hij stopt bij €40.000. Zonder commissie was hij tot €41.200 gegaan, en had de winnaar daar net overheen moeten bieden. De verkoper krijgt dus €1.200 minder, en dat staat op geen enkel papier. Orley Ashenfelter en Kathryn Graddy schreven het in 2005 op met 10 procent en een formule: de hamerprijs is het maximum van de nummer twee, gedeeld door 1,1.
Twee veilinghuizen, één voorjaar
Het duidelijkste bewijs komt uit de wijnhandel. In het voorjaar van 1986 rekende Sotheby's in Londen op wijnveilingen 10 procent kopersprovisie en Christie's niets. De hamerprijzen bij Christie's lagen 12 procent hoger. In het najaar voerde Christie's dezelfde provisie in en verdween het verschil.

De kelder van Château Pontet-Canet in Bordeaux.
Denton Marks keek in 2009 naar veilingen van bordeaux en vond hetzelfde: bieders trokken de provisie volledig van hun bod af. Wijn is geen auto. Op een wijnveiling bieden ook handelaren, en een lot is makkelijker te vergelijken dan een Porsche met een eigen geschiedenis. Voor auto's hebben we zo'n meting niet gevonden.
Ook rekent niet iedere bieder. Tanjim Hossain en John Morgan verkochten cd's en Xbox-spellen op eBay en schoven geld heen en weer tussen startbod en verzendkosten. In een deel van de proeven brachten een laag startbod en hoge verzendkosten meer op, omdat bieders die verzendkosten niet volledig meetelden. Bij een cd is dat begrijpelijk, bij €1.200 minder.
Een schikking die de factuur volgde
Dat maakt de bekendste rechtszaak over veilingkosten merkwaardig. Christie's voerde in 1975 een kopersprovisie van 10 procent in, en Sotheby's volgde meteen. Begin jaren negentig vochten de twee huizen om inbrengers en gingen de verkoperscommissies in veel gevallen naar nul. In maart 1995 kondigde Christie's een vast tarief aan waarover niet te praten viel, op 13 april Sotheby's ook. Dat bleek afgesproken werk. De civiele zaak, in New York voor rechter Lewis Kaplan, eindigde met een schikking van $512 miljoen, $256 miljoen per huis.
De verdeling volgde de factuur. De schade voor verkopers werd geraamd op 1 procent van de hamerprijs, die voor kopers op 5 procent tot $50.000 en $2.500 daarboven, dus kopers kregen het grootste deel. Ashenfelter en Graddy vonden dat misplaatst: kopers die wonnen, hadden hun bod al aangepast en waren als groep waarschijnlijk niet benadeeld.

De ingang van het federale gerechtsgebouw aan Pearl Street in Manhattan, zetel van de rechtbank waar de zaak liep.
Wat er in totaal verdwijnt
Voor een verkoper is "wie betaalt?" dus de verkeerde vraag. Beter is hoeveel er in totaal verdwijnt tussen wat de koper uitgeeft en wat de verkoper ontvangt.
Octane rekent geen verkoperskosten. De koper betaalt 3 procent, minimaal €350 en maximaal €3.600, btw inbegrepen. Als bieders rekenen, draagt de verkoper daar een deel van, zoals bij elk platform dat de kosten bij de koper legt. Meer dan de commissie kan het niet zijn. Bij deze prijs gaat er op andere sites meer af. Dit kan dezelfde bieder van €41.200 per site bieden:
- Octane, 3 procent inclusief btw: €40.000
- Bring a Trailer, op Europese kavels 5 procent plus btw: €39.238, voor die btw en de €99 die de verkoper betaalt
- Collecting Cars, 6 procent: €38.868, voor eventuele btw
- The Collectables, 10 procent inclusief btw: €37.455
- Classic Car Auctions, op zijn autoveilingen 12,5 procent plus btw: €35.787, voor de verkoopcommissie
Bij Classic Car Auctions krijgt de verkoper dus €4.213 minder dan bij Octane, en daar gaat zijn eigen commissie nog vanaf. Dat geldt alleen als dezelfde bieder op elke site meedoet, en dat kan niemand garanderen. Bring a Trailer en Collecting Cars hebben een ander publiek dan een Nederlandse site, en Classic Car Auctions neemt de auto in en houdt kijkdagen. Een lage commissie met een zwakke nummer twee is geen winst.
We lazen deze tarieven tussen augustus en oktober 2026 op de sites zelf. Ze kunnen per veiling of kavel verschillen en veranderen, en de bronnen staan per platform op onze vergelijkingspagina's.
Bij duurdere auto's loopt het verschil op, omdat de commissie van 3 procent vanaf €120.000 niet meer stijgt. Op een bod van €150.000 is die €3.600, of 2,4 procent. Collecting Cars zit daar op zijn maximum van €7.000 en The Collectables, dat geen maximum publiceert, volgens het standaardtarief op €15.000.
Onderaan weegt het minimum zwaarder. Op een auto van €6.000 is €350 al 5,8 procent. Het verschil kan dan nog steeds groot zijn, vooral als de verkoper zelf ook betaalt. Catawiki rekent de koper 9 procent plus €3 en de verkoper 12,5 procent plus €10, exclusief btw. Een bieder die alles bij elkaar €6.350 wil uitgeven, stopt daar op €5.823, en een verkoper in Nederland houdt daarvan €4.930 over. Bij Octane levert dezelfde bieder €6.000 op. Of het tarief van Catawiki ook boven de €10.000 onverkort geldt, konden we niet bevestigen, dus de vergelijking blijft hier bij deze ene som.
Wanneer de reserve de prijs zet
Tot hier zette de nummer twee de prijs. Een reserve kan dat overnemen, en dan draait de uitkomst om.
Stel, de reserve is €40.000. De hoogste bieder heeft alles bij elkaar €50.000 over voor de auto, de nummer twee haakte af bij €35.000. De winnaar hoeft alleen de reserve te halen en betaalt bij 3 procent €41.200. Zonder commissie was het €40.000 geweest. Hier draagt de koper de commissie helemaal. Ginsburgh, Legros en Sahuguet lieten in 2004 zien dat een bindende reserve dit effect kan hebben.
Stel nu dat die hoogste bieder maximaal €41.000 kwijt wil. Zijn hoogste bod is dan €39.806, net onder de reserve. De auto blijft staan, terwijl de verkoper €40.000 wil ontvangen en de koper €41.000 wil betalen. Die €1.000 ruimte is kleiner dan de commissie. Niemand betaalt iets, en er is ook geen verkoop.
Een verkoper die de commissie echt bij de koper wil leggen, heeft daar dus één middel voor: een reserve die hoog genoeg is om de prijs te zetten. Dat is dezelfde reserve die hem het dichtst bij die tweede uitkomst brengt.
Beeld: En auctionsscene (Marstrand) door Wilhelm Marstrand (publiek domein); Underground wine cellar of Pontet-Canet door seligmanwaite (CC BY 2.0); Daniel Patrick Moynihan U.S. Courthouse, Manhattan, New York (7237347688) door Ken Lund from Reno, Nevada, USA (CC BY-SA 2.0). Afbeeldingen zijn verkleind.
