Een schatting hoort een voorspelling te zijn. Een expert bekijkt de auto, zoekt vergelijkbare verkopen op en zet twee bedragen in de catalogus. Een specialist van Christie's vertelde de onderzoekers Alan Beggs en Kathryn Graddy wat het doel daarvan is: dat de verkoopprijs ergens midden tussen die twee bedragen uitkomt.
Het is ook in het belang van het veilinghuis om eerlijk te schatten. Volgens Paul Milgrom en Robert Weber, in een artikel uit 1982, wordt een veilinghouder er op lange termijn beter van als hij bieders alles vertelt wat hij weet. Wie zekerder is van de waarde, biedt minder voorzichtig. En een huis dat steeds naast de uitslag zit, wordt op den duur niet meer geloofd.
Alleen heeft een schatting twee lezers, en de eerste leest hem voordat er een catalogus bestaat. Een verkoper belt een paar huizen en vraagt wat zijn auto zou kunnen opbrengen. Het huis verdient alleen als de auto bij hem terechtkomt. Het noemen van een hoog bedrag kost niets, want een schatting is geen bod en niemand is eraan gebonden. Op dat moment is het getal een advertentie, gericht aan één persoon.
Wat onderzoek zegt, en waarover
Jianping Mei en Michael Moses legden dat in 2005 in de Journal of Finance langs dertig jaar veilingdata. Schattingen voor dure schilderijen zaten structureel te hoog. Kopers bij een hoge schatting haalden daarna een slechter rendement, en de fout bleef per schilderij hangen. De schrijvers noemen twee oorzaken: de belangen van het veilinghuis en beleggers die de schatting te makkelijk geloven.
Beggs en Graddy keken in 2009 in de American Economic Review waar zo'n getal vandaan komt. Ze gebruikten Impressionistische en moderne kunst die tussen 1980 en 1990 in Londen en New York werd verkocht. Ze vonden wat psychologen ankeren noemen. Ging een schilderij de vorige keer 10 procent boven zijn voorspelde waarde weg, dan lag de nieuwe prijs 6,2 tot 8,5 procent hoger. Voor de lage schatting gold ongeveer hetzelfde. Het schilderij was niet veranderd. Het vorige getal stond er nog.
Uit hun beschrijving van de praktijk komt nog iets anders. Schattingen worden vaak in overleg met de verkoper vastgesteld. Er is ook een ongeschreven regel: de lage schatting ligt op of boven de geheime reserve. Een verkoper met een hoge reserve trekt de lage schatting dus omhoog. Het getal is deels de uitkomst van een onderhandeling, en die staat niet in de catalogus.
Dit gaat over schilderijen. Een vergelijkbare studie over auto's kennen we niet, en auto's zijn makkelijker te vergelijken: van een 911 bestaan duizenden soortgenoten. Dat zou de schatting preciezer moeten maken. Daarom is het de moeite om één week autoveilingen te bekijken.

Een Porsche 907 Langheck op de Essen Motor Show in 2022. Hetzelfde type als de auto hieronder, niet dezelfde auto.
Eén week in Monterey
West Coast Shipping, een Amerikaanse autotransporteur, legde na Monterey Car Week van augustus 2026 de uitslagen naast de schattingen. Het is geen academische bron en het bedrijf verdient aan het vervoer van zulke auto's, maar de methode staat erbij. Van 467 verkochte auto's bij Gooding Christie's, Broad Arrow, Bonhams en Mecum gingen er 241 onder de lage schatting weg. Dat is 52 procent. Bij die 241 was de mediaan 19 procent onder de lage schatting. En dat is nog gunstig gerekend. De prijzen zijn inclusief opgeld en de schattingen niet. Auto's die onverkocht bleven, tellen niet mee.
Neem de Porsche 907 Langheck uit 1968, chassis 907-005. Gooding Christie's zette hem in de catalogus op $4,5 tot $5,5 miljoen. Volgens die telling ging hij weg voor $3.305.000. Reken ongeveer 10 procent opgeld terug en de hamer viel rond $3 miljoen, een derde onder de lage schatting. Let op wat dat over de reserve zegt. Die hoort op of onder de lage schatting te liggen. Hier lag hij minstens $1,5 miljoen eronder, of hij is op de dag zelf verlaagd. Het publieke getal en het getal dat voor de verkoper telde, stonden ver uit elkaar.
In dezelfde week ging het een paar kilometer verderop andersom. RM Sotheby's schatte een Ferrari F40 op $4 tot $5 miljoen, en hij bracht volgens dezelfde telling $8,37 miljoen op. Van de 11 verkochte Ferrari's in die selectie bleef er geen onder de schatting. Ook een lage schatting is een advertentie: hij brengt bieders naar de auto die denken nog kans te maken. Hij kan ook gewoon verouderd zijn. Een catalogus wordt ruim voor de veiling gemaakt, en de markt beweegt. Van buitenaf is dat niet te onderscheiden.
Waarom corrigeert dit zichzelf niet, zoals Milgrom en Weber zouden verwachten? Omdat het geheugen aan de verkeerde kant zit. Bieders komen elk jaar terug en leren de cijfers lezen. De verkoper verkoopt zo'n auto misschien één keer in zijn leven, en hij hoort het hoge getal op de dag dat hij een huis kiest. Tegen de tijd dat de uitslag binnen is, heeft het huis de auto al gehad. Een te hoge schatting kost het huis hooguit een onverkochte kavel.

Een Ferrari F40 uit 1991. De auto uit Monterey was een ander exemplaar.
Wat je ermee doet
Een verkoper doet er goed aan de hoogste schatting te wantrouwen. Een hoog getal kan bieders omhoogtrekken, dat is wat ankeren betekent. Maar in Monterey ging meer dan de helft van de verkochte auto's eronder weg, en de onverkochte komen daar nog bij. Vraag liever welke vergelijkbare auto's het huis heeft verkocht, voor welk bedrag en met of zonder opgeld. Een eigen waardebepaling begint bij zulke prijzen. De reserve volgt daaruit en niet uit wat iemand door de telefoon noemt.
Een bieder moet de volgorde omdraaien. Zoek eerst drie gerealiseerde prijzen en schrijf op wat je zou betalen. Lees daarna pas de catalogus, want het onderzoek suggereert dat het getal blijft plakken zodra je het gezien hebt. Tel ook het opgeld erbij: een hamerprijs van $4,5 miljoen, onderaan de schatting van die 907, zou bij 10 procent bijna $5 miljoen hebben gekost.
En bewaar de schatting als je hem later wilt gebruiken. Op de pagina van een 360 Modena uit Monterey 2026 staat bij RM Sotheby's na de veiling alleen nog $445.000, met het woord Sold erachter.
Beeld: Ferrari Supercars at The Quail (14827322787) door Axion23 (CC BY 2.0); Porsche 907 Langheck (52555634097) door Thomas Vogt from Paderborn, Deutschland (CC BY 2.0); Ferrari F40 (1991) (55081319991) door Charles from Port Chester, New York (CC0). Afbeeldingen zijn verkleind.
