$38.500.000. Dat betaalde iemand op 17 januari 2026 bij Mecum in Kissimmee, Florida, voor een Ferrari 250 GTO. De vorige GTO op een openbare veiling ging in november 2023 bij RM Sotheby's in New York weg voor $51.705.000. Reken het na en de GTO verloor in iets meer dan twee jaar een kwart van zijn waarde. Neem de verkoop bij Bonhams in augustus 2014 als startpunt, $38.115.000, en hij steeg in twaalf jaar 1 procent.
Beide sommen kloppen, en geen van beide zegt iets over de waarde van een 250 GTO. De auto van 2023 reed in 1962 op Le Mans voor de fabriek. RM Sotheby's verwachtte er meer dan $60 miljoen voor, zodat dezelfde uitslag zowel een Ferrari record was als ruim $8 miljoen te weinig. De auto van 2026 is de enige witte en is nooit volledig gerestaureerd. Die van 2014 kwam uit een collectie die zonder reserve werd verkocht. Daartussen zit nog een vierde.

De Ferrari 250 GTO met chassisnummer 3413, die in 1964 een Series II carrosserie kreeg en in 2018 bij RM Sotheby's $48.405.000 opbracht.
Wie een lijn trekt door die vier punten, meet de verschillen tussen de auto's. De tijd meet hij niet.
Een uitslag is geen steekproef
Een steekproef werkt alleen als elke auto van een model evenveel kans heeft om erin te komen. Bij veilinguitslagen is dat niet zo. Een auto komt pas in de tabel als de eigenaar wil verkopen, als hij dat openbaar wil doen, als hij er een veiling voor kiest en als de biedingen zijn reserve halen. Elke stap filtert. Statistici noemen het resultaat selection bias, in het Nederlands selectie-effect.
Bij de GTO zijn de eerste stappen het duidelijkst. Er zijn er 36 gebouwd en sinds 2014 kwamen er vier op een openbare veiling terecht. Over onderhandse verkopen circuleren bedragen van $60 miljoen en $80 miljoen, die niemand kan controleren. Kloppen ze, dan staat de duurste GTO niet in de tabel. Kloppen ze niet, dan weten we dat ook niet. In beide gevallen ontbreekt het grootste deel van wat er met deze auto's gebeurt.
Eigenaren filteren ook op wat ze zelf hebben betaald. Korteweg, Kräussl en Verwijmeren bekeken in de Review of Financial Studies 32.928 schilderijen die tussen 1960 en 2013 meer dan eens werden verkocht. Die herhaalde verkopen geven 8,7 procent rendement per jaar. Na correctie voor het feit dat vooral de winnaars terugkomen op de veiling, is het 6,3 procent. Voor auto's hebben wij zo'n correctie niet gevonden, maar de redenering is dezelfde: wie te veel betaalde, houdt zijn auto liever dan het verlies te nemen.
De auto's die niet verkochten
Het sterkste filter is de reserve. In Monterey stonden in augustus 2023 volgens Hagerty ruim 1.200 auto's op de veilingen, goed voor $400,1 miljoen aan verkopen. 68 procent ging weg. Van de auto's met reserve, ongeveer twee derde van het aanbod, was dat 50 procent, tegen 67 procent een jaar eerder. Tussen $5 miljoen en $10 miljoen werd een op de drie verkocht. De rest heeft geen prijs. Het overkwam ook een GTO: de auto die in 2000 bij Brooks in Gstaad op CHF 13 miljoen bleef steken, ontbreekt in elk lijstje.
Stel, tien gelijke auto's met elk een reserve van €100.000. De hoogste biedingen zijn 70, 75, 80, 85, 90, 95, 100, 105, 110 en 130 duizend euro. Vier auto's halen de reserve en de tabel noteert gemiddeld €111.250. Het gemiddelde hoogste bod was €94.000. Dat is 18 procent verschil, alleen doordat zes biedingen nergens zijn opgeschreven.
Dit effect is het grootst als het slecht gaat. Een eigenaar die een te laag bod krijgt, neemt zijn auto weer mee. Slecht nieuws verschijnt dus eerst als een auto die niet verkoopt. In hetzelfde verslag over 2023 schreef Hagerty over stabiele waarden, terwijl de helft van de auto's met reserve bleef staan. Wie alleen verkoopprijzen volgt, ziet een daling als laatste.
De veilingplaats zit in de prijs
Hagerty beoordeelt in Monterey ter plekke de conditie en legt de verkoopprijs naast wat zijn prijsgids voor die conditie noemt, voor meer dan 400 auto's. De mediaan lag in 2022 18,3 procent boven de gids en in 2023 9,8 procent. Dat kan aan de auto's liggen, want wie iets bijzonders heeft, brengt het naar Monterey en bijzonderheid zit niet altijd in een conditiescore. Het kan ook aan de bieders liggen. Voor de waarde van een vergelijkbare auto elders zegt zo'n uitslag in beide gevallen weinig.

Een Mercedes-Benz 300 SLR Uhlenhaut Coupé in het Petersen Automotive Museum in Los Angeles, een van de twee die zijn gebouwd.
Het uiterste is de Mercedes-Benz 300 SLR Uhlenhaut Coupé, op 5 mei 2022 verkocht voor €135 miljoen. RM Sotheby's hield de veiling in het Mercedes-Benz Museum in Stuttgart, de bieders waren genodigden en het andere exemplaar blijft bij Mercedes. Dat is de prijs van die ene auto op die ene dag. Een marktwaarde volgt er niet uit, want er is geen tweede verkoop om hem mee te vergelijken.
Dan moet je nog weten wat er in het getal zit. De $38,5 miljoen van Mecum is $35 miljoen hamerprijs plus 10 procent opgeld. Een 964 RS die in november 2022 op Bring a Trailer werd verkocht, noteerde Sports Car Market als $474.999: $469.999 bod en $5.000 kosten voor de koper. Welk van die twee getallen in een tabel staat, hangt af van wie de tabel maakt. Op een bod van $200.000 is het verschil tussen 10 procent opgeld en die $5.000 al $15.000.
De uitslag die wel iets zegt
Van de vier GTO's oogt die van Bonhams uit 2014 het minst: de laagste prijs, en het record van toen is al lang gebroken. Het is wel de enige waarvan wij zeker weten dat hij zonder reserve werd aangeboden. Hij moest die dag weg, hoe laag de biedingen ook waren, dus hij ging niet door het sterkste filter.
Ook zo'n uitslag is geen zuivere meting. Een eigenaar kiest voor geen reserve als hij op veel bieders rekent of als hij moet verkopen, en die collectie kwam uit een nalatenschap. Toch heeft wie zijn eigen auto wil waarderen meer aan vijf vergelijkbare verkopen zonder reserve dan aan het record van het model, en meer aan het hoogste bod op een auto die bleef staan dan aan de auto die wel wegging. Bij Octane is de reserve vertrouwelijk, dus ook daar blijft bij een niet verkochte auto onbekend hoe ver het bod eronder zat. Zoek in de uitslagen eerst de auto's zonder reserve en de auto's die bleven staan. Dat deel van de tabel citeert bijna niemand.
Beeld: Ferrari 250 GTO (52344050278) door Neil (CC BY 2.0); 1962 Ferrari 250 GTO 3413GT, Series II update, front left door Mr.choppers (CC BY-SA 4.0); Mercedes-Benz 300 SLR Uhlenhaut Coupe - Petersen Automotive Museum - Los Angeles door Guywelch2000 (CC BY 4.0). Afbeeldingen zijn verkleind.
