Hoeveel Porsches 964 mag je uit elkaar halen voordat het vandalisme wordt? Singer Vehicle Design houdt het voor de Classic op ongeveer 450. Dat aantal staat in veilingcatalogi, samen met de mededeling dat het bedrijf voor die specificatie geen orders meer aanneemt.
Vandalisme en eerbetoon zijn de twee woorden die altijd vallen. Geen van beide helpt veel. Een restauratie probeert terug te brengen wat de auto was. Een restomod brengt terug wat mensen zich ervan herinneren, met techniek van nu. Of dat een goed idee is, hangt af van twee dingen die je kunt opzoeken: wat de koper ervoor betaalt en wat er verloren gaat.
Wat de prijs van een Singer zegt
Op 25 oktober 2022 ging op Bring a Trailer een Singer weg voor $1.205.000, de zogeheten Gratitude Commission. Prescott Kelly rekende het na in Sports Car Market. De restauratie had $690.000 gekost. De donor, een gewone 964 met vierwielaandrijving, schatte hij op ongeveer $100.000, plus of min $25.000. Samen dus zo'n $790.000.

Een 964 Carrera 4 uit 1989 in het Porsche Museum. De Singer van 2022 begon ook als 964 met vierwielaandrijving.
Kijk naar de verhouding. De opdrachtgever gaf bijna zeven keer de waarde van de auto uit om hem te veranderen. Zou de 964 zijn wat mensen ervan hebben onthouden, dan kocht dat geld niets. De klassiekerwereld zegt dit zelden hardop en de prijslijst van een restomod zegt het wel: veel auto's zijn beter in de herinnering dan op de weg. Het kan ook om iets anders gaan: de vorm of de zekerheid dat de buurman er geen heeft. Maar wie alleen de vorm wil, koopt een goede 911 uit de jaren zeventig en houdt geld over.
Bij de Jaguar E-Type is het verschil in cijfers terug te vinden. De reputatie begon in maart 1961 met 150 mijl per uur. Motor mat 149,1 in een open 3.8. Maar de testauto's voor Motor, Autocar en Autosport waren door de fabriek voorbereid, met gebalanceerde motoren en bewerkte cilinderkoppen. De twee bekende perswagens reden bovendien op Dunlop racebanden. Wat een gewone klant kreeg, stond niet in die tests. Eagle begint nu met een originele E-Type, zet er een 4,7-liter zescilinder in en noemt voor de Spyder GT een topsnelheid boven 170 mijl per uur. De Low Drag GT kostte volgens Silodrome £650.000. Dat is veel geld voor de auto uit de kranten van 1961.

Een Eagle Low Drag GT op basis van een E-Type uit 1962, in Bicester in oktober 2024.
Hoeveel donors het kost
Dan het bezwaar. Elke Singer was een 964. Singer haalt hem terug tot de stalen monocoque, versterkt die en vervangt de stalen panelen door koolstofvezel, in een vorm die teruggrijpt op de G-serie uit de jaren tachtig. Wat er staat, is geen 964 meer.
In aantallen valt dat tegen. Porsche bouwde meer dan 62.000 964's, dus 450 Singers zijn ongeveer 0,7 procent. Kimera bouwt 37 EVO37's op de middensectie van een Lancia Beta Montecarlo, waarvan er ongeveer 7.800 zijn gemaakt: een half procent. Kimera laat bovendien zien dat de auto waarnaar je verwijst en de auto die ervoor betaalt niet dezelfde hoeven te zijn. De EVO37 verwijst naar de Rally 037, waarvan er voor Groep B ongeveer 220 zijn gebouwd. Hij raakt er geen aan. De 037 stond zelf ook al op een Montecarlo.

Een Kimera EVO37 op Salon Privé in 2021. Onder de koolstofvezel zit de middensectie van een Lancia Montecarlo.
Waar het bezwaar wel klopt
Aantallen vertellen niet alles. In 1974 schreven de economen Kenneth Arrow en Anthony Fisher over beslissingen die je niet kunt terugdraaien, zoals een stuk natuur bebouwen. Wie het laat liggen, kan later alsnog bouwen, met meer informatie. Wie bouwt, kan niet meer terug. Dat verschil is op zichzelf iets waard. Beleggers kennen het als de waarde van een optie.
Een originele 964 is zo'n optie. Hij kan worden gereden, gerestaureerd of later alsnog omgebouwd. Een Singer heeft die optie gebruikt. Bij 62.000 auto's is de optie per stuk weinig waard, want er blijven er genoeg over. Maar er zit een gat in de rekensom. De donor is ongeveer 13 procent van de rekening, dus een 964 die $25.000 duurder is, verhoogt het totaal met 3 procent. Een opdrachtgever heeft weinig financiële reden om een slechte auto te zoeken in plaats van een goede. Bij één GTA-R van Alfaholics was de donor volgens Classic Driver een Giulia Sprint Veloce uit 1966. De schade zit minder in het aantal dan in welke auto's het zijn, en die kan niemand tellen.
Het is zijn auto, en hij heeft de marktprijs betaald. Alleen staat in die prijs niet wat een koper over dertig jaar had willen geven voor een ongerepte 964, want die koper biedt nu niet mee.
Wat de koper zelf riskeert
De Singer van 2022 ging weg voor ongeveer anderhalf keer wat hij had gekost, terwijl een nieuwe Classic volgens Kelly toen $750.000 tot $850.000 kostte. De koper betaalde dus vooral om niet te hoeven wachten. Kelly schreef erbij dat hij voor dat geld misschien liever een Ruf Yellowbird nam. Een Kimera met 237 kilometer, die nieuw rond €480.000 kostte, ging bij Broad Arrow in Zoute de veiling in met een schatting van €950.000 tot €1,15 miljoen. Dat zijn prijzen uit een markt met een wachtlijst. Hoe ze er zonder wachtlijst uitzien, is nog niet getest.
Er komt iets bij wat bij een gewone klassieker niet speelt. Een 964 die over dertig jaar aan restauratie toe is, heeft een fabrieksspecificatie om naar terug te gaan. Een Singer heeft de specificatie van één opdracht, bij een bedrijf dat dan misschien niet meer bestaat. Als de smaak verschuift of de bouwer verdwijnt, kan de eigenaar niet terug naar het origineel, want dat is er destijds af gehaald. Een restaurateur staat in 2060 dan voor een auto zonder origineel om naar terug te gaan en zonder bouwer om te bellen.
Beeld: Porsche 911 reimagined by Singer VD door MrWalkr (CC BY-SA 4.0); Porsche 911 1989 Carrera 4 3.6 Coupè LSide PorscheM 9June2013 (14825918859) door Valder137 (CC BY 2.0); 1962 Jaguar E-Type Low Drag GT by Eagle BS O24 door MrWalkr (CC BY-SA 4.0); 2021 Kimera EVO37 SP21 door MrWalkr (CC BY-SA 4.0). Afbeeldingen zijn verkleind.
