Min 0,50 procent. Dat was tot 27 juli 2022 de depositorente van de Europese Centrale Bank: banken betaalden om geld bij de ECB te stallen. Nog geen veertien maanden later, op 20 september 2023, kregen ze er 4 procent voor.
Een klassieker keert niets uit. Geen dividend, geen huur, geen rente. Alles wat hij financieel oplevert, komt op één dag binnen, de dag waarop hij wordt verkocht. In de financiële wereld heet zoiets een nulcouponobligatie: een lening die tussentijds niets betaalt en aan het eind één bedrag. Van alle leningen met dezelfde looptijd reageert die het hardst op de rente.
De som bij 4 procent
Stel, een koper verwacht een auto over vijf jaar voor €100.000 te kunnen verkopen. Dat bedrag is verzonnen, en stalling, verzekering en onderhoud blijven hier buiten beschouwing. Hoeveel kan hij er vandaag voor betalen zonder slechter af te zijn dan met geld op de bank?
Bij 0 procent rente: €100.000. Bij 4 procent: €82.200, want dat bedrag groeit in vijf jaar tegen 4 procent aan tot €100.000. Er is niets aan de auto gebeurd. Niemand vindt hem minder mooi en de koper verwacht dezelfde verkoopprijs. Alleen het wachten is duurder geworden, en hoe duur hangt af van hoe lang hij wil wachten:
- Verkoop over 2 jaar: €92.500 vandaag
- Verkoop over 5 jaar: €82.200
- Verkoop over 10 jaar: €67.600

De Classic Remise in Düsseldorf, een hal waar eigenaren hun auto kunnen stallen.
Nu de tegenwerping. Niemand met een spaarrekening kreeg 4 procent. In mei 2023, toen de depositorente op 3,25 stond, gaf een Nederlandse spaarrekening gemiddeld ongeveer 1,3 procent. Reken daarmee en de auto is vandaag €93.700 waard. Het verschil met €100.000 krimpt van €17.800 naar €6.300.
Welke rente telt, hangt dus af van wat de koper anders met het geld had gedaan. Wie zijn vermogen in kortlopende staatsleningen of een geldmarktfonds kon zetten, zat dicht bij de ECB. Wie leende om de auto te betalen, zat erboven. En tot 2022 stond de rekening op zijn kop: ING en Rabobank rekenden 0,5 procent over spaartegoeden boven €100.000. Wie ruim boven die grens zat en €100.000 in een auto stak, bespaarde €500 per jaar.
Wat er gebeurde toen de rente steeg
Hagerty houdt voor Groot-Brittannië bij welk deel van de modellen in zijn prijsgids in waarde stijgt. In 2021 was dat 48 procent, in 2022 86 procent, in 2023 nog 29 procent. De uitleg erbij: kopers konden niet meer lenen tegen de bijna gratis tarieven waaraan ze gewend waren. Knight Frank, dat een index van luxegoederen bijhoudt, noemt de hogere rente als reden dat de stijging van 2020 tot begin 2022 omsloeg in dalingen in 2023 en 2024.
Rente omhoog, prijzen omlaag. Wie alleen die jaren bekijkt, heeft een sluitend verhaal.
De drie keer dat het niet klopt
De depositorente stond vanaf juni 2014 onder nul en zakte door tot min 0,50 in september 2019. Als goedkoop geld prijzen omhoog duwt, hadden klassiekers toen moeten stijgen. De HAGI Top-index, die dure klassiekers volgt, stond in het eerste kwartaal van 2018 1 procent lager dan een jaar eerder en verloor in 2019 6,69 procent. Het geld was bijna gratis en de auto's daalden. Lage rente maakt wachten goedkoop. Ze zorgt er niet voor dat iemand de auto wil hebben.
Andersom gebeurde het ook. Tussen juni 2024 en juni 2025 zakte de depositorente van 4 naar 2 procent. Volgens een bericht over het jaarrapport van Knight Frank daalden klassiekers in 2025 met 3,7 procent.
De derde keer is de vreemdste. In augustus 2026 stond de depositorente op 2,25 procent, hoger dan een jaar eerder. Toch brachten de veilingen in Monterey volgens Hagerty $755,6 miljoen op, tegen $432,7 miljoen in 2025. Een Shelby Cobra Daytona Coupe uit 1964 haalde $42,9 miljoen. In dezelfde week bleven de 33 auto's onder de $500.000 die de analist Jason Meshnick volgde gemiddeld 19 procent onder hun schatting. Voor beide gold dezelfde rente.

Een Shelby Cobra Daytona Coupe op de Nürburgring, mei 1965.
De overeenkomst tussen 2021 en 2023 bewijst dus niets. In die jaren zaten mensen ook thuis, gaven ze minder uit aan reizen en verhuisden veilingen naar internet. Rente kan een van de oorzaken zijn geweest. Dat ze de hoofdoorzaak was, is niet aan te tonen.
Wat er overeind blijft
Rente geeft de markt geen richting. Ze bepaalt wat wachten kost, en daarmee hoeveel een rekenende koper wil betalen. De som geldt ook maar voor wie de auto echt als nulcouponobligatie bezit: kopen, stallen, verkopen. Wie rijdt, krijgt tussentijds iets terug in gebruik. Voor hem weegt de rente minder.
Het Britse jaar 2023 past daarbij, al is één jaar in één land geen bewijs. Auto's met een motor tot 2 liter stegen gemiddeld, die boven de 3 liter daalden of bleven gelijk. Een index van doodgewone auto's versloeg de inflatie. De grootste daling van één model was de Lamborghini 400 GT 2+2, min 19 procent.

Een Lamborghini 400 GT uit 1967 op een beurs, achter een Aventador.
Dat ligt in de buurt van onze vijfjaarssom, maar die Lamborghini was een uitschieter. De meeste modellen bewogen veel minder, en daar is een reden voor. De som zegt wat een koper wil betalen. De verkoper hoeft daar niet op in te gaan. Een eigenaar zonder schuld laat de auto staan, en dan wordt er minder verkocht in plaats van goedkoper. Wanneer verkopen voor hem wel logisch is, hangt van meer af dan de ECB. Daarover gaat onze gids over het moment van verkopen.
Op 17 juni 2026 ging de depositorente voor het eerst sinds september 2023 omhoog, naar 2,25 procent, en op 16 september naar 2,50. Dat is nog ver van 4. Wij zouden vooral letten op de eigenaar die wel moet verkopen: wie in 2021 met goedkoop geleend geld kocht en tegen een hogere rente moet herfinancieren.
Hoeveel van die auto's er zijn, weten we niet. Openbare cijfers over leningen op klassiekers hebben we niet gevonden. Is die groep klein, dan verandert een kwart procent weinig. Is hij groot, dan zien we dat pas als ze tegelijk in de veilinglijsten staan.
Beeld: Seat of the European Central Bank and Frankfurt Skyline at dawn 20150422 1 door DXR (CC BY-SA 4.0); Classic Remise, Düsseldorf, Deutschland (52561028834) door Charles from Port Chester, New York (CC BY 2.0); 1965-05-23 21 Hatzenbach - Shelby Cobra, J. Sears-F. Gardner door Lothar Spurzem (CC BY-SA 2.0 de); Lamborghini 400 GT (1967) (52866218716) door Charles from Port Chester, New York (CC BY 2.0). Afbeeldingen zijn verkleind.
