De lading was 22.700 liter. Zoveel synthetische benzine ging er voor het seizoen 2026 van de Porsche Supercup van de fabriek Haru Oni in het zuiden van Chili naar Europa, meldt producent HIF Global. Een gemiddeld Nederlands tankstation verkoopt die hoeveelheid benzine in iets meer dan een week.
Dat zegt niets over wat het spul kan. Over e-fuel en de klassieker lopen drie vragen door elkaar, en ze hebben drie verschillende antwoorden.
Werkt het, mag het, is het er
Werkt het? Waarschijnlijk wel. Porsche laat de benzine raffineren tot de Europese norm EN 228, dezelfde als voor gewone benzine. Een langlopende test op oude motoren hebben we niet gevonden, maar op papier is het benzine.
Mag het? Dat is nooit de vraag geweest. Het EU-verbod van 2035 gaat over nieuwe auto's. Een oldtimer die op kenteken staat, valt er niet onder, met of zonder e-fuel. De regel zelf schuift intussen. De Commissie stelde in december 2025 voor om van 100 naar 90 procent CO2-reductie te gaan. Op 22 oktober 2026 stemden twee commissies van het Europees Parlement voor 95 procent, met nog eens 7,5 punt ruimte via groen staal. De milieucommissie, de plenaire vergadering en de Raad moesten toen nog. Voor een klassieker maakt de uitkomst niets uit.
Is het er? Nee. Bij de aankondiging was het plan 130.000 liter per jaar voor de proeffabriek, dan 55 miljoen en 550 miljoen. Eerst stonden daar in berichten de jaren 2024 en 2026 bij, later 2025 en 2027. In juni 2026 schrijft HIF dat het grote projecten ontwikkelt in vijf landen, zonder data. De benzine uit Haru Oni waar het over bericht, gaat naar raceauto's en evenementen van Porsche. Zelfs de oorspronkelijke 130.000 liter is klein. Nederland tankte in de eerste helft van 2026 ongeveer 2,2 miljard liter benzine, dat is zo'n 8.400 liter per minuut. Een heel jaar proeffabriek is een kwartier Nederlandse benzine.

Haru Oni in het zuiden van Chili op 30 januari 2026, met de windturbine en de fabriek eronder.
Waarom de prijs per liter niet beslist
De gebruikelijke tegenwerping is de prijs, en die gaat juist voor klassiekers het minst op. Stel dat e-fuel €10 per liter kost, ruim vier keer de pompprijs. Een klassieker die 2.000 km per jaar rijdt op 1 op 10, gebruikt 200 liter. Dat is €2.000 in plaats van ongeveer €450. Vervelend, en in dezelfde orde als een jaar stalling. Voor een forens is het onbetaalbaar. Voor een zondagsrijder is het een dure post op een lijst met dure posten.
De klassieker is dus de enige klant die zo'n prijs kan dragen. Duurdere brandstof voor hem bestaat al: Coryton verkocht in juni 2023 in Groot-Brittannië Sustain Classic voor £3,80 tot £5,24 per liter, toen gewone super ongeveer £1,60 kostte. Dat is biobrandstof uit landbouwafval en geen e-fuel, maar iemand kan het werkelijk kopen. Op één plek, op Bicester Heritage bij Oxford.
Het volume hoeft ook niet zo groot te zijn als voor de hele vloot. De 55 miljoen liter uit het oorspronkelijke plan is genoeg voor 275.000 auto's die 200 liter per jaar gebruiken. Mocht die fabriek er komen, dan is dat voor de auto's op de weg een druppel en voor de klassiekers misschien voldoende. Maar dan moet die benzine nog bij de eigenaar komen, en daarmee staan we weer bij dat ene verkooppunt in Bicester.
Wanneer de pomp niet meer loont
In juni 2026 telde Nederland 4.084 tankstations, 16 minder dan een jaar eerder. BOVAG rekende in 2025 op 2.750 in 2040 als de elektrificatie in dit tempo doorgaat. Dirk Mulder van ING houdt het op ongeveer 2.000 binnen vijf tot tien jaar. Als eerste gaan volgens hem de pompen aan de grens zonder winkel. Liters alleen betalen het terrein dus nu al niet overal. Mulder legt de oorzaak bij het vermogen om te investeren: wie dat kwijtraakt, loopt achter en sluit of verkoopt. Een pomp sluit dus niet op de dag dat hij verlies draait. Hij sluit op de dag dat er iets vervangen moet worden en de eigenaar nee zegt.
Op zichzelf is dat voor een klassieker geen ramp. Hij tankt misschien vijf keer per jaar en heeft geen 4.000 stations nodig. Hij heeft er één nodig binnen een halve tank. Een bestuurder uit de sector zei in maart 2026 dat 3.000 nu al genoeg zou zijn.

Afgedankte pompen bij een garage in Doel, in België, niet ver van de Nederlandse grens.
Nederland heeft ook al eens gezien hoe een krimpende brandstof verdwijnt. In september 2021 reden er volgens BOVAG en RDC minder dan 100.000 auto's op lpg. Begin 2022 leverden nog ongeveer 935 stations lpg, tegen ruim 1.100 in 2010. Dat is één pomp op ruim honderd auto's, en daar leeft geen enkele pomp van. Lpg bleef bestaan omdat het meeliftte op een terrein waar benzine de rekening betaalde.
Benzine heeft die gastheer straks niet. Als benzine zelf de bijzaak wordt, moet iets anders het terrein betalen: de winkel, de snelladers. En de winkel staat ook onder druk, want er komt een verkoopverbod op tabak. Een gemiddeld station verkoopt nu ongeveer 3.000 liter benzine per dag. Ergens lager ligt het volume waarbij de eigenaar besluit dat zijn laatste tank, met zijn vergunning en zijn keuringen, het niet meer waard is.
Dat getal staat in geen rapport dat we hebben gevonden, en het zal per plek verschillen. E-fuel verandert er weinig aan, want het kan alleen in de tank die er dan nog ligt. Hoeveel klanten met 200 liter per jaar er nodig zijn om die tank open te houden, weet niemand. Waarschijnlijk wordt die som pas gemaakt op de dag dat de tank aan vervanging toe is.
Beeld: Dudok tankstation op een dieplader onderweg van de oorspronkelijke locatie afslag Vinkeveen rijksweg A2 naar het Autotron in Rosmalen. - Rosmalen - 20420341 - RCE door Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (CC BY-SA 4.0); 20260130 Haru Oni door Ildottoreverde (CC BY-SA 4.0); Doel - Abandoned petrol station 1 door LimoWreck (CC BY-SA 3.0). Afbeeldingen zijn verkleind.
