Tussen 1998 en 2017 stegen klassieke auto's op veilingen gemiddeld 5,63 procent per jaar. Dat cijfer komt van Dries Laurs en Luc Renneboog van Tilburg University, die ongeveer 29.000 veilingverkopen wereldwijd analyseerden. Ze schrijven er zelf bij dat het rendement vóór transactiekosten is. Stalling, verzekering, beurten en banden ontbreken ook, want die zitten niet in een veilingprijs.
Het getal meet de auto. De eigenaar betaalt ook voor de jaren tussen aankoop en verkoop.
Wat het kost om een auto aan te houden
In de financiële wereld heet dit cost of carry: wat het kost om een bezit vast te houden. Een aandeel kost bijna niets om te bewaren en keert soms dividend uit. Goud ligt in een kluis. Een auto heeft een droog dak nodig, een polis, beurten op de kalender en banden die op leeftijd vervangen worden, ook als er nog profiel op zit.

Een specialist met klassiekers op de brug en onder hoezen. De rekening loopt door, ook als de auto stilstaat.
Stel, je koopt een auto van €80.000 en houdt hem vijf jaar. De bedragen hieronder zijn aannames, geen offertes.
- Droge stalling: €1.500 per jaar
- Verzekering: €900
- Motorrijtuigenbelasting: €1.100
- Onderhoud, kleine en grote beurten gemiddeld: €2.200
- Banden: €300, een set van €1.800 die zes jaar meegaat
Samen €6.000 per jaar, 7,5 procent van de aankoopprijs. Op een online veiling komt daar commissie bij. Bij Octane betaalt de koper 3 procent, hier €2.400, en de verkoper niets. In de veilingzaal is het meer: volgens een samenvatting van het Tilburgse onderzoek rekenen veilinghuizen koper en verkoper samen ongeveer 25 procent.
Na vijf jaar zit er dan €112.400 in de auto: €80.000 aankoop, €2.400 commissie en €30.000 kosten. Om quitte te spelen moet hij 7 procent per jaar stijgen. Dat geld had ook ergens anders kunnen staan. Reken er 3 procent over en de auto moet bijna €127.400 opbrengen, 9,7 procent per jaar.
Beleggers noemen dat de hurdle rate, in het Nederlands het drempelrendement: wat een bezit moet opleveren voordat er iets overblijft. Hier 9,7 procent, tegenover die 5,63 uit Tilburg.
De drempel hangt ook af van de prijs, en wel omgekeerd. Stalling kost voor een auto van €30.000 evenveel als voor een van €300.000. Reken €4.000 aan jaarkosten op een auto van €30.000 en je zit op 13 procent van de aankoopprijs. In het Tilburgse onderzoek deden blue chips 12,5 procent per jaar en betaalbare klassiekers 6,3. Op papier haalden de dure auto's hun drempel dus wel en de goedkope niet. De dure schommelden ook harder: een volatiliteit van 22,6 tegenover 15,2 procent.
Een BMW in een magazijn
Er bestaat een bedrijf dat deze proef heeft gedaan, en zijn boekhouding staat online. RSE Collection, bekend van de app Rally, verkocht aandelen in auto's en stalde die auto's in magazijnen, niet geregistreerd voor de openbare weg. Het bedrijf rapporteert aan de Amerikaanse toezichthouder SEC, dus de cijfers per auto zijn openbaar.

Een BMW M3 coupe uit de E30-generatie, bouwjaar 1990. De auto van Rally was een 1988.
Een van die auto's was een BMW E30 M3 uit 1988. Rally kocht hem op 18 november 2018 voor $135.000. In februari 2019 legden beleggers $141.000 in: 3.000 aandelen van $47. Op 21 december 2023 werd een bod van $141.000 geaccepteerd, precies de inleg. De auto steeg in vijf jaar dus $6.000, minder dan 1 procent per jaar. Op de balans over 2023 staat voor deze serie $14.312 aan kapitaalinbreng, de post waarop de beheerder lopende kosten boekt. Als dat vooral kosten zijn, gaat het om ongeveer $2.900 per jaar en meer dan twee keer de koerswinst. Dat is 2,1 procent van de aankoopprijs, het tarief van een magazijn met tientallen auto's die niet op de weg komen. Voor een particulier is het de ondergrens.
Eén auto bewijst niets. Uit dezelfde stukken: een Countach LP400 S Turbo, uitgegeven voor $635.000, ging in maart 2024 weg voor $1.181.250. Een Porsche 944 Turbo S, uitgegeven voor $66.000, voor $62.000. De 18 auto's die toen verkocht waren, brachten samen $4,33 miljoen op tegen $3,31 miljoen bij uitgifte, en meer dan de helft van dat verschil komt van die ene Countach. Auto's die nog in het magazijn stonden, tellen hier niet mee.
Bij Rally is de koers het enige wat een auto oplevert.
De auto die alleen belegging is
Wie in Nederland hetzelfde doet en de auto alleen als belegging aanhoudt, krijgt er nog een rekening bij. Een auto voor eigen gebruik valt buiten box 3. Een klassieker die je voor minstens 70 procent als belegging houdt, valt er in principe wel onder, schrijft ABN AMRO MeesPierson in januari 2026, met de bewijslast bij de inspecteur. Over 2026 rekent box 3 op zulke bezittingen met 6 procent fictief rendement en 36 procent belasting. Op €80.000 is dat €1.728 per jaar voor wie boven het heffingsvrij vermogen zit (€59.357 per persoon), tenzij je via de tegenbewijsregeling een lager werkelijk rendement aantoont. Zonder tegenbewijs wordt de drempel 11,3 procent. De plannen om box 3 vanaf 2028 te veranderen waren op 3 oktober 2026 nog geen wet, en of een bepaalde auto eronder valt, is een vraag voor een belastingadviseur.
Wat rijden fiscaal betekent, blijkt uit het zogeheten Ferrari-arrest. De Hoge Raad besliste dat een klassieker een kunstvoorwerp kan zijn, maar niet deze Ferrari, één uit een genummerde reeks van twaalf, omdat hij soms op de openbare weg en op het circuit reed.
Wat rijden waard is
Een eigenaar die wel rijdt, krijgt iets anders terug. Bij een koopwoning kent de fiscus het idee al: wie in zijn eigen huis woont, telt een eigenwoningforfait op bij zijn inkomen, omdat wonen zonder huur iets waard is. Economen noemen dat imputed rent. Een auto waarin je rijdt, levert hetzelfde op: huur die je niet betaalt.
JFK zette in oktober 2018 de huurprijzen van Porsches op een rij. Een 911 kostte op SnappCar van €150 per dag (een cabrio uit 1999) tot ongeveer €500 (een 911 uit 2010), een GT3 bij een verhuurder €1.100. Reken met €500 en de €6.000 uit de rekensom zijn twaalf dagen huur. Wie twaalf dagen per jaar rijdt en die dagen anders had gehuurd, krijgt zijn jaarkosten in natura terug. De drempel zakt dan van 9,7 naar 3,6 procent, onder het gemiddelde uit Tilburg.
Gratis zijn die dagen niet. Kilometers kunnen de verkoopprijs drukken, de ene auto meer dan de andere. En de som werkt alleen als je die dag ook had willen huren.
De lopende kosten van je eigen auto zijn op een avond op te tellen. De rijdagen ook: op de laatste twee APK-rapporten staat hoeveel kilometer hij in dat jaar reed. Deel dat door wat je op een rijdag aflegt. Deel je jaarkosten door de uitkomst. Dan heb je de prijs van een rijdag. Zou je die auto voor dat bedrag huren?
Beeld: Foto door helen1 op Pexels; Foto door Alex Suprun op Unsplash; BMW M3 Coupé (E30, 1990) (54800876562) door Charles from Port Chester, New York (CC0). Afbeeldingen zijn verkleind.
