Een Japanse handelaar kan een auto kopen die hij nooit heeft gezien, op basis van één vel papier met een cijfer erop. Een Nederlandse koper van een liefhebbersauto rijdt er zelf heen. Hij neemt een lakdiktemeter mee en soms een keurmeester, en weet daarna nog niet alles. Bij USS, een beursgenoteerd veilingbedrijf met 19 locaties, werden in het boekjaar tot maart 2025 3.202.002 auto's aangeboden en 2.145.158 verkocht. USS laat elke auto keuren voor hij de veiling in gaat. Sinds 1995 kunnen handelaren ook via satelliettelevisie meedoen, sinds 2005 via internet.

Een occasionbedrijf van BMW in Higashi-Osaka, november 2024. Op het dak staat een schotel met het logo van USS.
Dat vel papier is een antwoord op een probleem waarvoor een econoom eind jaren zestig nauwelijks een tijdschrift kon vinden. George Akerlof beschreef een markt waarin kopers goede en slechte tweedehands auto's niet uit elkaar kunnen houden. Ze bieden dan op het gemiddelde. Verkopers van goede auto's trekken zich terug en het gemiddelde zakt. De American Economic Review schreef hem dat het geen artikelen over zulke triviale onderwerpen publiceerde. De Review of Economic Studies zei hetzelfde. Bij de Journal of Political Economy was het bezwaar dat de economie er anders uit zou zien als hij gelijk had. Het artikel verscheen in 1970 in de Quarterly Journal of Economics, en in 2001 deelde hij de Nobelprijs.
Akerlof noemde zelf al tegenkrachten: garanties, merknamen, ketens, vergunningen. Japan heeft er een die daar niet bij staat.
Wat er op het blad staat
De schaal loopt bij USS van S en 6 voor bijna nieuwe auto's tot 1 voor auto's met waterschade. Een 4,5 betekent onder de 100.000 km en interieur B of beter. Met kleine reparaties komt hij dicht bij een 5. Er zit dus een keuze in: met 120.000 km krijgt een auto geen 4,5, hoe netjes hij ook is. Daarnaast staat er een schadekaart met codes, per veilinghuis anders. Bij CAA is A1 een kras van ongeveer 10 centimeter en U2 een deuk ter grootte van een tennisbal.
De letter die ertoe doet, is R. USS omschrijft die als schade aan het skelet van de carrosserie door een verkeersongeval of een andere ramp. Een vuistregel uit de Japanse autopers: wat gelast is, telt mee, wat met bouten vastzit niet. Een Skyline GT-R met een vervangen portier krijgt dus geen R, een met een rechtgezette chassisbalk wel. Die grens stopt niet bij de handel. Onder de Japanse gedragscode voor de autohandel moeten dealers in advertenties en op de showroomvloer vermelden of een auto zo'n reparatiegeschiedenis heeft. Het woord schadevrij in een Nederlandse advertentie heeft zo'n grens niet en betekent wat de verkoper ermee bedoelt.

Een Nissan Skyline GT-R V-spec van de R34-generatie op de Autosalon van Brussel in 2024.
Het blad is minder onafhankelijk dan het lijkt
Het is verleidelijk om hier een onafhankelijke keurmeester te zien, maar de inspecteur werkt voor het veilinghuis. USS schrijft dat zijn gecertificeerde inspecteurs elke auto keuren op basis van de verklaring van de verkoper. Bij TAA hangt alles wat een proefrit of demontage vraagt, af van die verklaring. Leden kunnen USS niet aansprakelijk stellen voor een verschil in beoordeling. Een 4,5 betekent bij TAA ook iets anders dan bij USS, en daar berekent een computer het cijfer uit de ingevoerde gegevens. Een Australische importeur controleert sowieso zelf op roest, omdat ook een 4,5 kan roesten.
Buiten Japan wordt het zwakker. In Pakistan is het controleren van veilingbladen een betaalde dienst, omdat er aangepaste kopieën rondgaan. Handelaren raden aan elk blad na te trekken in de oorspronkelijke database. De klachtenregeling van USS stopt ongeveer waar een Europese liefhebber begint. Claims voor prijsvermindering zijn in principe uitgesloten voor auto's met een R, auto's vanaf 100.000 km, auto's van vijftien jaar of ouder en auto's die zijn geëxporteerd. Een R34 die naar Nederland komt, valt daar op minstens twee punten buiten.

Japanse auto's bij een importeur in Canada, waar auto's van vijftien jaar of ouder ingevoerd mogen worden.
Waarom het toch werkt
Het blad werkt omdat de lezers terugkomen. Een Japanse handelaar koopt week na week bij dezelfde veiling en verkoopt er ook. Geeft een veilinghuis stelselmatig te hoge cijfers, dan gaat hij bij de concurrent kopen. De inspecteur die vandaag zijn auto beoordeelt, beoordeelt morgen wat hij koopt.
Er is ook een meting. AUCNET begon in de jaren tachtig met het verkopen van auto's via televisie aan handelaren die ze niet te zien kregen. Ho Geun Lee, Christopher Westland en Sewon Hong vergeleken de prijzen rond 2000 met die op gewone veilingen. Op AUCNET lagen ze hoger, vooral doordat er betere auto's werden aangeboden, maar ook bij vergelijkbare kwaliteit nog iets hoger. Naar de logica van Akerlof zou je bij kopen zonder te kijken een grotere korting verwachten.
Niet iedereen was daar blij mee. Volgens een online samenvatting van een Harvard casestudie, die wij zelf niet hebben kunnen inzien, riep de vereniging van handelaren haar leden op hun aanmelding bij AUCNET in te trekken. Meer dan de helft van de 1.000 gegadigden gaf die op, tot er klachten kwamen over mededinging en de overheid ingreep. Wie zijn marge haalt uit wat de klant in zijn eigen regio niet weet, heeft weinig aan een landelijk cijfer.
Waarom Europa maar de helft heeft
Europa heeft wel cijfers, voor de handel. In Groot-Brittannië bestaat sinds 2013 een schaal met vijf gradaties van de branchevereniging NAMA, en Manheim keurt auto's volgens die definities. BCA heeft een eigen systeem. Een Britse veilingdirecteur schreef in Fleet News dat een gestandaardiseerde schaal tot verwarring zou leiden. De particulier die de auto daarna bij de dealer koopt, krijgt dat blad doorgaans niet te zien. De handelaar kent het cijfer en de koper niet.
Voor liefhebbersauto's bestaat niets vergelijkbaars. Aan de verkoopkant staat een eenmalige particulier en aan de koopkant ook. Niemand staat aan beide kanten. Een veilingbedrijf dat een 3,5 uitdeelt, raakt die verkoper kwijt aan de concurrent. De schaal zelf past ook slecht: met 180.000 km haalt een 911 uit 1973 op dat blad geen 4, hoe goed hij ook is. Op Octane stellen kopers hun vragen openbaar tijdens de veiling. Dat levert informatie op maar geen cijfer. Niemand staat ervoor garant.
De eigenaar van een goede auto betaalt nu mee aan de korting voor wat kopers niet kunnen zien, en hij heeft het meeste aan een cijfer. De eigenaar van een middelmatige auto moet ook ergens heen. Wie zou in Europa dat cijfer moeten geven, en bij welke veiling biedt de eigenaar van een 3,5 zijn auto dan nog aan?
Beeld: Parking lot at HAA Kobe door Laitr Keiows (CC BY 3.0); BMW Official Used Cars at Higashi-Osaka door Mr.ちゅらさん (CC BY 4.0); Nissan Skyline GT-R V-spec, BAS 24, Brussels (P1170369-RR) door Matti Blume (CC BY-SA 4.0); Japanese Import Dealer (2424594968) door dave_7 from Lethbridge, Canada (CC BY-SA 2.0). Afbeeldingen zijn verkleind.
