Wie een restauratie halverwege staakt, denkt dat hij meer heeft dan het wrak waarmee hij begon. Er is tenslotte geld in gegaan. De koper rekent anders, en soms zo anders dat het wrak wint.
Bonhams verkocht op 22 mei 2021 in Bicester een Jaguar XK150 S 3.8 drophead uit 1960 die in 1996 frontaal was gecrasht. Het veilinghuis omschreef hem zelf als verminkt. Hij bracht £90.000 op, zes keer de schatting. Er zijn er volgens Bonhams maar 50 van gebouwd, de nummers klopten, het leer was origineel en de auto was sinds 1969 van één eigenaar. Alles wat eraan mankeerde, was te zien.

Een onbeschadigde Jaguar XK150 S Drophead Coupé uit 1958. De auto van Bonhams was een 3.8 uit 1960.
Op dezelfde veiling ging een Aston Martin DB6 uit 1968, midden in de restauratie, weg voor £153.000, het dubbele van de schatting. De kop boven dit stuk geldt dus niet altijd. Een zuivere test bestaat ook niet, want dezelfde auto wordt nooit twee keer verkocht: één keer als wrak en één keer half af. Wel kun je uitrekenen wanneer het gebeurt.
Wat een koper kan nagaan
Een koper begint bij de afgemaakte auto en trekt eraf wat het kost om daar te komen. Bij een wrak is dat veel, maar het is te zien. De roest zit waar hij zit en de onderdelen zitten aan de auto. Bij een half afgemaakte auto komt er een tweede vraag bij: is wat al gedaan is ook goed gedaan? Het antwoord zit onder de lak, in lassen die niemand meer kan zien en in dozen waarvan niemand weet wat erin hoort. En wie de auto uit elkaar haalde, staat er niet bij om te vertellen hoe hij weer in elkaar moet.
Een voorbeeld met verzonnen bedragen. Af is de auto €60.000 waard. Vanaf een compleet wrak kost dat €45.000, dus het wrak is hooguit €15.000 waard. Nu dezelfde auto half af. De eigenaar heeft er €25.000 in gestoken en zegt dat afmaken nog €20.000 kost. Gelooft de koper dat, dan kan hij tot €40.000 gaan. Gelooft hij het niet, dan begint hij overnieuw: de volle €45.000, plus €5.000 om de lak eraf te halen en €4.000 voor wat niet in de dozen blijkt te zitten. Dan blijft er €6.000 over.
Eén auto, twee prijzen, met het wrak ertussenin. Het verschil is geen werk of geld. Het is wat de koper kan nagaan.
Barney Gaylord, de MGA-kenner achter MGAguru.com, beschrijft die curve vanuit de praktijk. Demonteren kost volgens hem meteen veel waarde: bumpers en sierdelen die aan de auto iets opbrachten, zijn los weinig meer waard. De auto moet nu ook de hele route af. De waarde komt laat terug, ongeveer als het chassis klaar is en de gespoten carrosserie gereedstaat voor de montage. Tot die tijd is een half afgemaakte auto vaak te koop voor minder dan het gekost heeft om hem zover te krijgen.
Waarom de eigenaar dat niet ziet
Hal Arkes en Catherine Blumer lieten in 1985 zien waarom dit moeilijk te accepteren is. Kopers van een theaterabonnement kregen willekeurig korting: volle prijs $15, of $2 of $7 eraf. Wie het meest had betaald, ging het vaakst. Het geld was in alle gevallen weg, maar het bleef meetellen. Dat heet sunk cost, en je hoort het bij elke eigenaar die €25.000 noemt zodra het over de prijs gaat.
Het ligt voor de hand om ook het IKEA-effect erbij te halen. Michael Norton, Daniel Mochon en Dan Ariely vonden in 2012 dat mensen 63 procent meer boden voor een opbergdoos die ze zelf hadden gebouwd: $0,78 tegen $0,48. Het past minder goed dan het lijkt. In hun derde proef moest een deel van de deelnemers stoppen voor de laatste twee stappen. Zij boden $0,59, tegen $1,46 bij wie mocht afmaken. Een proef met 39 proefpersonen en opbergdozen zegt weinig over een Mercedes, maar het wijst de andere kant op dan je zou denken: trots op eigen werk zit vooral in het af zijn. De eigenaar van een halve restauratie heeft die steun niet. Hem rest de rekening.
Waar het niet opgaat
Boven in de markt geldt dit veel minder. Bonhams verkocht op 19 februari 2021 in Londen een Aston Martin DB4 GT uit 1960, sinds 1983 van de weg, zonder deuren en ramen, met bijna alle originele onderdelen erbij. Acht bieders brachten hem naar £1.975.000, boven de richtprijs van £1,8 miljoen. Een afgemaakt exemplaar zou volgens Goodwood ongeveer £1 miljoen meer waard zijn. Van dat verschil kun je veel opnieuw laten doen. Twijfel over eerder werk is hier een post op de begroting, terwijl hij bij een MGA de hele marge opeet.

Een afgemaakte Aston Martin DB4 GT uit 1960, op Salon Privé in 2023. Niet de auto van Bonhams.
Op dezelfde veiling stond een Bugatti Type 57S. Bill Turnbull kocht hem in 1969, haalde hem uit elkaar en maakte de restauratie zijn levenswerk. Hij overleed voor het af was. Bonhams bood de auto zonder reserve aan, met een schatting van £5 tot £7 miljoen en alleen nog de laatste montage te doen. Hij bracht ongeveer £4 miljoen op. Een Bugatti is geen Aston en het veilinghuis gaf geen verklaring, dus veel meer dan één waarneming is dit niet. Wel gingen er die dag twee halve auto's weg, de ene boven en de andere onder de verwachting. Hoe ver de restauratie was gevorderd, bepaalde het niet: de Bugatti was het verst.
De duurste laag
Voor een eigenaar die vastloopt, volgt hieruit dat de duurste laag op een half afgemaakte auto de lak is. Spuiten voor de verkoop vervangt iets wat een koper kan zien door iets wat hij moet geloven, tenzij er foto's zijn van het blanke metaal. Een fotoboek per fase, gelabelde dozen en facturen op volgorde kosten bijna niets en schuiven de prijs van het onderste getal naar het bovenste. Ze worden ook het eerst overgeslagen, omdat ze aan de auto zelf niets toevoegen. Met die map verkoopt de eigenaar zijn werk. Zonder die map verkoopt hij een wrak met dure lak.
Beeld: Foto door Egor Vikhrev op Unsplash; Jaguar XK150 S Drophead Coupé (1958) (54092748456) door Charles from Port Chester, New York (CC BY 2.0); 1960 Aston Martin DB4 GT SP23 door MrWalkr (CC BY-SA 4.0). Afbeeldingen zijn verkleind.
